UIT DE MEDIA

 

Haar melkgeiten zijn Marijke Hoekstra lief

“Het is nog steeds dezelfde Witte geit die als tweejarig meisje had”, vertelt Marijke Hoekstra (74) over de geit die ze al haar leven lang trouw is. De Witte Saanengeit. De melkgeiten bepalen haar dagritme. Vandaar dat er aan gehecht is en er niet aan moet denken om ze ‘voor de dood’ weg te doen.

De poppenwagen die ze van haar grootmoeder had gekregen moest eraan geloven. Die was niet echt gemaakt om een Witte melkgeit voor te spannen en de wieltjes slingerden er dan ook half af op het hobbelige graspad voor de boerderij. In plaats van een pop zat zij er zelf in. Marijke Hoekstra had nu eenmaal meer met geiten dan met poppen.

Nu, ruim zeventig jaar later, heeft ze nog steeds Saanengeiten. “De liefde is gebleven, een gevoelskwestie. De herkenning, de liefde die zij je geven. Ik ben ook weleens kwaad op ze, natuurlijk, het zijn dieren, wij zijn mensen, dus je begrijpt elkaar niet altijd en ze zijn ook weleens ondeugend, kunnen met hun scherpe klauwtjes best trappen tijdens het melken. Maar het zijn heel afhankelijke beesten, anders dan een koe, die staat iets verder van je af”.

De koeien waren er voor de broodwinning op het ouderlijk bedrijf en later, toen ze met haar man Wybren neerstreek in het vlakke kleiweidegebied van Welsrijp, even ten oosten van Franeker. De melkkoeien zijn zestien jaar geleden vertrokken en in de schuur achter het huis staan nu alleen nog kalveren voor de opfok en de geiten. “Zolang het kan. Ik ben er druk mee, maar dat heb ik er gewoon voor over.”  
 
Marijke en Wybren Hoekstra De bok staat klaar!

Marijke houdt de jonge geitjes apart in een groep, gescheiden van hun moeders. Het klinkt namelijk wel heel romantisch om moeders en lammeren bij elkaar te houden, maar dat gaat ten koste van de moeders. Dat komt doordat Saanengeiten een ongekende hoeveelheid geven als de lammeren er constant aan de spenen lurken. “Ze mergelen ze uit”, zegt Marijke. “Wij gaan met de geiten naar de keuring en door ze apart te melken, hou je ze beter in conditie.”

Het melkseizoen loopt van de lammertijd (februari-maart) tot oktober. Daarna staan alle geiten een periode droog. “Ik vind het niet erg om te melken, maar het is wel gemakkelijk om het even niet te doen. Al heb ik er zin als het weer begint. Als je ervan houdt, is het geen probleem om twee keer per dag te melken.”

Voor kalfjes
Een Witte melkgeit levert ongeveer duizend liter in het eerste jaar, daarna tussen de twaalf- en veertienhonderd liter per jaar. “Ja, als je dat zo telt, melk ik zomaar twaalfduizend liter per jaar”, rekent de Friezin uit. Zelf drinkt ze er geen druppel van. Bij de Hoekstra’s staat sowieso niet veel melk of verse zuivel in de koelkast. Hooguit een pak karnemelk uit de winkel, maar geen verse geitenmelk. “Wij zijn niet van zulke melkdrinkers”, haalt Marijke met een glimlachje haar schouders op. Wat ze melkt gaat rechtstreeks naar de lammeren en de zes kalfjes. “Onze kalfjes worden groot van de geitenmelk”, klinkt het met enige trots. Om te mogen leveren aan de melkfabriek is het te weinig. Die komt het niet ophalen. “En kaas wil ik er niet van maken, want daarvoor heb je afname nodig en we wonen hier best afgelegen. Dus dan moet je het vervoeren en dat op onze leeftijd, daar gaan we niet meer aan beginnen.”

  
Marijke melkt van februari tot oktober
tweemaal daags zo rond de tien geiten.
Terwijl de melkmachine zijn werk doet,
eten de geiten hun maaltje op.

In het zomerseizoen lopen de geiten in het volle gras. “Tegen vier uur is het melktijd en daarna blijven ze binnen. ’s Ochtends is het melken tegen half zeven, zeven uur en gaan ze de wei in. omdat de tussenliggende periode in de nacht langer is, geven ze ’s ochtends meer melk, maar daar wennen ze aan.”

Dat de dieren in de stal komen om te worden gemolken heeft als voordeel dat Marijke ze dagelijks in handen heeft en op maat kan voeren. Muesli, speciale brokjes of supplementen geeft ze niet. Het rantsoen is vooral samengesteld met nuchter verstand: hooi, brokjes en water. Niks uit maatbekers en van de weegschaal, maar gevoerd op het oog. “Als ze volop melk geven, geef je meer brok. Ik zie dat, heb er geen vast patroon in. Laatst vroeg iemand hoe ik de brokken voer. Tja, als ze het niet doen, voer ik meer en als ze te vet worden wat minder. Per kilo kan ik het niet vertellen.”

Het nuchtere boerenverstand maakt sowieso het houden van geiten een stuk gemakkelijker. Wanneer is de dierenarts nodig en wanneer niet, klopt het of niet. “Je kunt het niet vertellen, je ziet het. Aan de ogen van een geit kan ik direct zien of ze wil lammeren. De uier zet aan, de banden zakken, maar ik zie het ook aan het glinsteren van de ogen. Een blik van ‘je moet me helpen’. Dan kan het nog wel een aantal uren duren, maar de lammeren komen.”

De dierenarts is overigens zelden nodig en dat komt met name door de ervaring die Marijke en Wybren als ex-melkveehouders hebben. “Hij is mijn veearts”, zegt ze met een knipoog tegen naar man, die wel weet hoe je de pootjes van een lammetje in het geboortekanaal recht kunt leggen.

Afscheid nemen
Hengstig, bronstig, tochtig, een geit is ‘driftig’ als het om de paarbereidheid gaat. Vanaf augustus mogen ze bij de bok. Marijke heeft twee bokken in een soort doorschuifsysteem, waarvan de oudste ieder jaar in oktober plaatsmaakt voor een jongere bok met vers bloed.
Ze kan echter niet zomaar elders een andere bok vandaan halen, want voorwaarde is dat zo’n dier van een geheel ziektevrij ‘bedrijf’ met een CAE- en CL-status komt. Dat is iets waar Marijke aan hecht. Net zoals het fokken van de beste geiten, alhoewel: “Je moet geen geit hebben die helemaal goed is, want dan is de lol eraf. Dan heb je niets meer om naar te streven..”

 
“Ze zeggen dat onze geiten smallere koppen hebben, maar zelf zie ik dat niet zo”, zegt Marijke over de geiten van stal Tsjeppenbur.
  Een volle en prachtig gevormde uier
is het kenmerk van de Saanengeit.

Natuurlijk is het de passie voor de Witte geit die Marijke fanatiek maakt als fokker, maar er zit dieper nog iets als reden. “Wanneer je goede geiten hebt, kun je dieren voor het leven weg doen.” Geen denken aan dat er een geit weg zou gaan ‘voor de dood’, ook geen bokjes.

Voor de tientallen jonge geitjes die jaarlijks aan de Tsjeppenbur in Welsrijp ter wereld komen, is altijd wel een goed tehuis te vinden en de oudere melkgeiten mogen blijven tot een natuurlijke einde. Maar wie dieren heeft, neemt uiteindelijk altijd afscheid. Marijke vertroetelt de lammetjes daarom niet al te zeer: “Ik heb meer met de oudere geiten dan met de jongere. De lammeren kun je niet allemaal aanhouden en daarom houd ik er ook wat afstand van. De hechting is er nog niet. Ik heb meer moeite wanneer ik afscheid moet nemen van een oudere geit, dat komt door de mate waarin je met elkaar omgaat.”

De goede naam van de geiten met de stalnaam Tsjeppenbur is met name opgebouwd door de resultaten op keuringen. Die zijn in de zomer. Toch gaan de Hoekstra’s niet meer naar de laatste show, de Nationale waar aan het einde van het seizoen de crème de la crème aan melkgeiten naar toe mag. Bewust niet. “Onze geiten zijn tegen die tijd te geel, juist doordat ze buiten lopen. Dat komt door de invloed van het zonlicht en de regen. Ik vind dat niet erg, maar sommige keurmeesters maken daar een probleem van. Nou ja, ik hoef het probleem niet op te zoeken. Ik hoef niet elke keer te horen dat ze te geel zijn. Als ik ga, wil ik winnen, Sven Kramer wil ook winnen. Maar het is toch ook prachtig als ze buiten lopen in het groene gras. Dus nee, o nee, ik hou mijn beste dieren niet de hele zomer op stal voor die ene dag.” Daarvoor zijn de geiten haar te lief.

Voor de boerderij in Welsrijp.
Tekst: Mario Broekhuis
Foto's: Theo Tangelder

Dit artikel is verschenen in "Landleven" in juni 2017.

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG