UIT DE MEDIA

 

Hobbyfokker Jan de With uit Lexmond
"Ik zou willen dat de geitenwereld transparanter was"
 
   Vier bokken op zeventien geiten heeft Jan de With (50) uit Lexmond.
Het geeft aan hoe fanatiek de hobbyfokker zoekt naar goede bloedlijnen.
Net zo fanatiek is hij in het monitoren van de gezondheid van zijn Witte geiten.
“Je kunt het maar beter weten als er iets met je dieren is.”



Drie vitrinekasten vol trofeeën heeft Jan de With in zijn keuken en woonkamer staan. Het zijn de prijzen van ruim een kwart eeuw geitenkeuringen.
Tussen 1980 en 2006 ging de hobbyfokker van Witte melkgeiten regelmatig naar regionale en nationale keuringen.
“In 2000 is onze geit Cirina op de landelijke keuring reservekampioen geworden bij de jaarlingen. Dat is de mooiste onderscheiding geweest”, glundert Jan.

Achter de slingerende dijk van de Lek, net buiten het Zuid-Hollandse Lexmond, runt Jan zijn boerenbedrijf, naast een parttimebaan in een timmerfabriek. Zijn broer Aart helpt hem het schoonmaken van de stallen en het verzorgen van de dieren.
Tussen de perenbomen grazen tien Witte melkgeiten, in het weiland ernaast lopen een tiental schapen en dan heeft hij ook nog zo’n dertig zwartbonte melkkoeien. De koeien noemt hij zijn broodwinning, zijn geiten z’n grootste hobby.

Liefhebberij
“We hebben vier bokken, best veel op een totaal van zeventien geiten. Het geeft weer hoe groot onze liefhebberij is”, vertelt Jan eind augustus aan de keukentafel. “We proberen goede bloedlijnen aan te trekken. Meestal zetten we twee bokken in en dan bekijken we hoe goed de nakomelingen zijn. Op veel bedrijven gaat een bok na een jaar naar de slacht, maar als hij goede lammeren geeft, gebruiken wij hem vaker.”

Jan zit in de Fokcommissie Witte Geiten van de Nederlandse Organisatie voor de Geitenfokkerij, maar naar keuringen brengt Jan zijn geiten niet meer, uit vrees voor besmettingen.
“Tien jaar geleden is iemand van de vereniging naar een keuring geweest met een geit die iets onder de leden had. Ik heb geprobeerd de geitenwereld te veranderen, maar ik denk dat er nog steeds risico’s zijn. Nu ga ik alleen nog naar keuringen om van mooie geiten te genieten en toekomstig fokmateriaal uit te zoeken. En om foto’s te maken, ook een hobby.”

Open over ziekten
De gezondheid van zijn dieren is prioriteit nummer één. “Wij zijn opgevoed met het idee dat als je dieren hebt, je ze goed moet verzorgen en dat voorkomen beter is dan genezen. Daarom ben ik heel fanatiek met bloed tappen. Ik doe overal aan mee, ook als het niet verplicht is. Al ruim tien jaar laten we de geiten onderzoeken op chlamydia en paratbc en we enten vrijwillig tegen Q-koorts, terwijl we geen melkerij hebben en niet naar keuringen gaan. Je kunt het maar beter weten als er iets met je dieren is.
We doen het echt voor onszelf, de kosten verdienen we niet terug. Kopers hebben nauwelijks extra geld over voor een geit die chlamydia- en paratbc-vrij is.”

Om zijn bedrijf vrij van ziektekiemen te houden, trekt hij een grens rond het erf. “Als iemand bij de dieren wil, moet hij eerst door de ontsmettingsbak. En als ik zelf naar een keuring ga, ontsmet ik vooraf en achteraf en doe ik daarna mijn kleding direct in de was.
Eigenlijk is de enige zwakke plek op ons bedrijf de aankoop van bokken en rammen. Daarom gaan die eerst minimaal drie weken in quarantaine en laat ik direct bloed tappen. Helemaal waterdicht krijg je het nooit, maar voor mijn gevoel doen we het maximale.”

“Ik ben heel open over de gezondheid van mijn dieren”, vervolgt Jan. “Als een geit lammert, mail ik dat naar mijn collega’s in de geitenwereld. Maar ik laat het ook weten als mijn dieren iets onder de leden hebben, bijvoorbeeld toen anderhalf jaar geleden een van mijn geiten verdacht werd van CL (caseous lymfadenitis, ook bekend als ‘bultenziekte’). De meeste andere geitenhouders praten niet over ziekten. Zere bekjes bijvoorbeeld, daar hoor je vaak pas achteraf iets over.
Ik zou willen dat de geitenwereld transparanter was. Als iedereen alles stil houdt, worden mensen voorzichtig. Juist omdat ik altijd zo open ben, kon ik direct nadat ik de CL-vrij-status terug had mijn geiten alweer verkopen. Het heeft me zelf ook verbaasd hoe makkelijk dat ging.”

Kampioen
Deze zomer gingen Jans geiten voor het eerst naar buiten. Idee van zijn broer, vertelt hij. Witte geiten worden in de buitenlucht vaak iets minder wit, maar omdat ze toch niet meer naar keuringen gaan, is het niet nodig de geiten enkel in de stal te houden.
 

Hij vindt het een mooi gezicht, zijn dieren te zien scharrelen tussen de perenbomen. Als hij over de omheining stapt, komen de oudere dieren gelijk naar hem toe. De jongere geiten houden wat meer afstand.
“Sinds een paar jaar, nadat ik last kreeg aan mijn evenwichtsorgaan, doet mijn broer het voeren en het melken van de geiten. Ik doe het bekappen en ontwormen, de rotklusjes zeg maar. Dus als de jonkies mij zien aankomen, gaan ze er gauw vandoor."

Zijn beste geiten verkoopt Jan meestal aan andere hobbyhouders. De rest gaat naar melkbedrijven, vaak via een handelaar.
“Vorig jaar heb ik een Witte geit verkocht aan een melkbedrijf in Drenthe. De nieuwe eigenaar won met haar de eerste prijs op een keuring”, vertelt Jan trots. “Mooi hoe het dan kan lopen, hè. En het is natuurlijk goede reclame voor mijn geiten.”
GD Schaap & Geit, oktober 2016
Paul de Kuyper, redacteur

.

WWW.WITTEGEITEN.ORG