REPORTAGE

 

Bekendste Nederlandse geitenfokker:
‘We moeten betere geiten fokken’


“Het is een misvatting te denken dat de hoogste indexgeit het dier is dat het hoogste bedrijfsresultaat geeft”, zegt geitenmelker en -fokker Klaas Sjoerd Meekma uit Deinum. Hij zou graag zien dat de Nederlandse geitenhouderij een kwaliteitsslag maakt in de fokkerij. “We moeten betere geiten krijgen.”
 
PROFIEL
Naam: Klaas Sjoerd en Jannie Meekma
Woonplaats: Deinum (Fr)
Bedrijf: 900 melkgeiten, jaarlijks worden 500 tot 600 dieren verkocht. Meekma is de bekendste geitenfokker in Nederland en vindt dat er betere geiten moeten komen.
En dat betekent dat we niet alleen moeten werken aan een hogere productieaanleg. “Om betere geiten te krijgen moeten we daarnaast vooral ook toe naar duurzamere geiten. Maar het is niet gemakkelijk”, geeft Meekma toe.
Natuurlijk heeft de bekende fokker wel een idee over hoe de Nederlandse melkgeit verbeterd kan worden, en die deelt hij graag met ons.
Merilla Maaike Z42760 (Merilla Ab x Merilla Sido); volgens Klaas Sjoerd de mooiste eenjarige van het bedrijf. Ze heeft zes Merilla-bokken in haar moederlijn, is ingeschreven met 88 punten en voorspeld op 1.400 kilo melk met 4,85% vet en 3,83% eiwit. “Deze geit valt als bokmoeder voor de ki af omdat haar index niet hoog genoeg is, maar wij zetten wel haar eerste zoon in, omdat de moeder mooi is met een mooi vooruier, omdat ze hoog eiwit heeft en omdat ze uit een familie komt waaruit ook productiekampioenes voortkwamen, zoals Merilla Maaike Z2033, de nummer-1-indexgeit van 2006, 2007 en 2008, en voormalige nummer 1 ki-bok Merilla Foppe.” De record-levensproductiegeit bij Meekma: Merilla Aafke T2687.
Ze produceerde al 13.877 kilo melk met 4,68% vet en 3,92% eiwit, 1.193 kilo vet en eiwit.
Bovendien heeft ze achtmaal afgelamd. Dat telt voor nog wel een paar duizend kilo melk ten opzichte van geiten die maar een paar keer hebben afgelamd, vindt Meekma. “Aafke is maar een licht, smal geitje en dat maakt het extra speciaal. Ze produceert meer dan geiten die wel haast tweemaal zo zwaar zijn.”
 
Statistieken fokken
De productie van de Nederlandse melkgeit is de laatste jaren hard toegenomen. Dat is ook geen reden om op te roepen tot een verbetering.
“Maar die vooruitgang is vooral geboekt in het milieu, de omgeving van het dier. Het kwam door duurmelken, certificaatwaardige dieren, verbeterd mengvoer, verbeterde stallen en voersystemen et cetera. En binnen de wetten van de fokkerij bepaalt milieu voor 70 procent de prestatie van het dier. De overige 30 procent is genetica. En daar hebben we ons niet op de best mogelijke manier op gefocust”, aldus Meekma.
In Nederland fokken we op de Franse manier: op indexen. “Dat is prima om de productieaanleg van een dier te voorspellen”, vindt Meekma. “Maar er is zoveel meer dan alleen dat. Een goede geit is een geit die 1.000 kg vet en eiwit kan produceren, die een plezier is om te melken, die sterke longen heeft, niet vervet, doorproduceert, niet gevoelig is voor mastitis en goede benen en een goed uier heeft.”
Die zaken zijn niet altijd te vangen in statistieken, die moet je vooral zen aan een dier. “Daarom gebruiken wij bijvoorbeeld een bok uit Merilla Maaike 42670. Zij is echt niet onze hoogste producente, maar ze heeft wel het uiterlijk dat ik zoek. Ze zit goed in elkaar met een goede bovenbouw, ze heeft inhoud (lengte en breedte), ze loopt goed en ze heeft een lang, goed aangehecht uier met een mooie speenplaatsing. Ze melkt mooi en ze heeft het exterieur om oud te worden. En wat er dan nog bij komt, is dat je wilt dat die zaken al een aantal generaties zijn doorgegeven.”
De populatie-genetica, fokkerij op basis van statistiek zoals de geiten-ki die toepast, is daarvoor niet de meest geschikte methode. Dat is kiezen uit een groep dieren; je kunt dan wel het dier kiezen met de hoogste productie-aanleg binnen die groep, maar dat zegt nog niet dat een nakomeling een goede geit wordt.
Merilla Sido is momenteel de invloedrijkste bok in Deinum met negentig dochters in productie en nog veel meer onderweg.
Ook zijn van Sido verschillende zonen ingezet. “Ik had toen hij nog jong was direct al een goed gevoel bij hem. Dat had ik bij Abram destijds ook. En hoewel het niet altijd uitkomt, pakt het met Sido wel heel goed uit”, zegt Meekma.
Sido is een grote, brede en diepe bok en zo fokt hij ook. Hij is de twaalfde generatie vanaf Meekma’s eerste geit, kreeg het afgelopen jaar 92 punten en staat nummer 4 in de laatste top 100.
Merilla Ricella 7337 (Merilla Olivier x Merilla Marten 2 x Merilla Joop x Nuub) is op dit moment de hoogste productiegeit in Deinum. Als eenjarige produceerde ze 2.114 kilo melk met 5,01% vet en 3,41% eiwit, LW 187 en nu is ze voorspeld op bijna 2.450 kilo melk met 5,23% vet en 3,63% eiwit, LW 184, nadat ze een vierling bracht. Ricella is in het stamboek ingeschreven met 88 punten en haar eerste dochter werd reservekampioene op de keuring in Wouterswoude. Meekma heeft al twee zonen van haar ingezet. Ricella stamt zoals vrijwel alle geiten in Deinum uit een oude stamboekfamilie; de Ricella’s werden gefokt door mevrouw Verdoold uit Polsbroek. “We hebben ook wel niet-stamboekgeiten gehad, maar daar is weinig van overgebleven. Overigens zien we dat de zuivere witte NOG-geiten op ons bedrijf nu niet meer mee kunnen komen qua productie. Daarom kiezen we qua fokkerij onze eigen route”, vertelt Meekma.
 
Wensenlijst
De vijver waaruit we vissen vertelt ons dus onvoldoende over dierkenmerken anders dan productieaanleg, vindt Meekma. “Als ik een ki-bok wil inzetten, wil ik liefst die bok zelf zien en zeker ook de moeder op een leeftijd van 5 of 6 jaar. Verder wil ik meer weten van de familie. Maar dat lukt meestal niet.”
Voor Meekma blijft er weinig anders over dan het inzetten van zijn eigen bokken.
Ook kijkt hij wel naar bokken in het buitenland. “Er zijn vast hier en daar op de wereld bronnen die genetisch goed zijn. Maar dan moeten we er nog in slagen om die dieren die kunnen zorgen voor verbetering, op te sporen en in te zetten.”
In Nieuw-Zeeland is de voormalige Nederlandse rundvee-ki-directeur Jacob Chardon bezig met het opzetten van een internationale geiten-genenpool, weet Meekma. “Dat kan gemakkelijk met de hoge Nieuw-Zeelandse melkprijzen, maar zoiets zou hier nu toch ook moeten kunnen?”
In Deinum heeft kort geleden de 100ste geit de 10.000 kilo melk gepasseerd. “10.000 kilo melk is mooi, maar dat moet een goede melkgeit met duurmelken eigenlijk gemakkelijk kunnen geven”, stelt Meekma.
“1.000 kilo vet en eiwit is een betere grens om naar te kijken en zegt ook meer over wat de geit heeft opgebracht. We hebben zeventien geiten die dat hebben gepresteerd.”
Op de foto 10.000-litergeit Merilla Sonja K20927 (Merilla Pieter x Theban Columbus), waarvan Meekma een zoon heeft ingezet.
 Sinds vorig jaar doen de Meekma’s voor het eerst sinds 1999 weer mee aan een keuring.
Het afgelopen jaar werd Merilla Minke M7566 (Merilla Olivier x Merilla Marten 2) kampioene van de Witte geiten op de keuring in Friesland.
Minke piekte in augustus op 8,8 kilo melk met 5,15% vet en 3,53% eiwit, anderhalf jaar na het aflammeren.
Ze is in januari uitgerekend van Merilla Ale en Meekma hoopt op een bokje met scrapie-resistentie; een kans van 1 op 4.
 
Duurmelken
Vooral het duurmelken camoufleert de zwakke punten van onze geiten, stelt Klaas Sjoerd. “Wanneer je een geit een of hooguit twee keer laat aflammeren gaat er niet zoveel mis en kun je zelfs met de nogal kwetsbare Franse geiten een behoorlijke levensproductie halen. Laat je zo’n index-fokproduct vaker aflammeren, dan krijg je problemen.”
Overigens noemt Meekma duurmelken op zich een grote zegen voor de geitenhouderij. “Onze huidige goede melkprijs hebben we mede te danken aan duurmelken.”
Meekma schetst nog eens zijn manier om een kwaliteitsslag te maken.
Punt 1: Weet waar je mee bezig bent. Dit houdt direct in dat je zaken zult moeten registreren. Op zijn minst de afstamming en de productie van de dieren. Van meerdere generaties.
Punt 2: Maak goede keuzes. Selecteer de dieren waar je verder mee wilt. Dat hoeven niet puur de dieren met de hoogste fokwaarde of lactatiewaarde te zijn. “Denk dan aan de combinatie van productie, gebruikseigenschappen en duurzaamheid. Combineer statistiek en kennis van de dieren.”
Meekma mijmert wat verder: “Het zou mooi zijn als er een paar jonge jongens in de geitenhouderij komen met feeling voor fokkerij. De hobbyisten hebben een fokkerij-cultuur, maar die ontbreekt bij de geitenboeren. We hebben te weinig melkgeitenfokkers die wat verder kijken dan de productielijsten.
 
Klotegeiten
Nee hoor, het fokken gaat ook Meekma niet altijd voor de wind. Meerdere keren heeft hij een bok gehad waar hij hoge verwachtingen van had, maar die niet uitkwamen.
“Zo was er Macadan, een bok uit Frankrijk, die een dikke plus voor eiwit scoorde en de meeste plusjes had voor exterieur. Ik bestelde er veertig rietjes van. Er kwamen enorme lammeren uit, met direct al wat rare poten. Het bleek gewoon een slecht dier.
Hij scoorde hoog voor ontwikkeling, maar dat bleek vroegrijpheid en borstomvang te zijn; ik kreeg dikke, brede geiten met slechte poten en matige uiers.
Dat is zo’n klap voor je veestapel. Op papier ben je goed bezig, maar in werkelijkheid fok je klotegeiten.”
Meekma is ervan overtuigd dat de kromme pootjes die we momenteel veel in Nederland zien, voortkomen uit het gebruik van Franse bokken. “Franse bokken vererven slechte uiers en slechte poten. Er komen geen goede geiten uit. Het is vroegrijp vroegrot.”
Vet en eiwit
Meekma heeft zeker negentig dieren die de 10.000 liter hebben gehaald.
Hij heeft er twee die meer dan 15.000 kg hebben geproduceerd en de derde komt eraan.
“En dat zijn goede geiten, dus niet alleen in productie”, zegt Meekma. Twee van deze drie dieren hebben een Engelse Toggenburger als voorvader. Maar eigenlijk zouden we ons bij hoge levensproducties meer moeten focussen op kg vet en eiwit, en niet op kg melk, vindt hij. “En voor elke keer dat een geit extra gelamd heeft, zou ze eigenlijk een plus moeten hebben, want dat is een grotere prestatie dan dezelfde productie met zo weinig mogelijk keren aflammeren.”
Zeventien dieren in Deinum hebben meer dan 1.000 kg vet en eiwit geproduceerd. “Maar dat zijn niet de 15.000 kg-geiten.”
Tekst: Wilma Wolters
Foto’s: Klaas Sjoerd Meekma
Geitenhouderij, december 2015

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG