LIEFHEBBERIJ

 

Kom je aan de geit, dan kom je aan Martien
In het Brabantse Spoordonk, dorp in de gemeente Oirschot, staat hij bekend als de geitenboer. Wie een dier wil kopen, verkopen of met een vraag zit, weet hem te vinden. Zijn naam? Martien Mattheeuwse, op en top verbonden met de geitenhouderij.

Ook buiten de dorpsgrenzen heeft Mattheeuwse een aardige reputatie opgebouwd. In het zuidelijke NOG-circuit staat hij bekend als gedreven en fanatiek.
Als je dan weet dat hij de laatste jaren door woonomstandigheden niet in de gelegenheid was zelf thuis geiten te houden, dan rijst toch de vraag: “Wat bezielt die jongen?”

Martien Mattheeuwse antwoordt: “Na de lagere school bezocht ik de plaatselijke landbouwschool. Een kleine school met voornamelijk jongens uit de agrarische sector. Zonen van koeien- of varkensboeren. Ook ik kwam feitelijk van de boer. Thuis hadden we een klein gemengd bedrijf: koeien, varkens, schapen en soms wat geiten. Vader deed het bedrijf al snel van de hand en ging op andere wijze de kost verdienen.
De liefde voor dieren was echter al stevig verankerd.

Op de lagere landbouwschool praatten de jongens onderling dikwijls over de koeien. Hoe geweldig ze produceerden. Dan kwam ik met mijn geiten op de proppen. Daar werd dan nogal schamper op gereageerd. Een geit was maar niks en telde dan ook niet mee.
Eigenlijk juist daardoor beet ik me steeds steviger vast in mijn liefde voor de geit. Met hand en tand verdedigde ik de reputatie van de geit als gezelschapsdier waar ook een economische waarde uit de halen viel.
Martien Mattheeuwse: “Het echte promotiewerk
doet de geit allemaal zelf.”
Toen ik in de familie Schoenmakers uit Oirschot mijn maatjes ontdekte in de geitenliefde, was de band tussen mij en de geit definitief.
De Schoenmakers loodsten mij naar het verenigingsleven, namen me met geiten en al mee naar keuringen. Zorgden ook dat elk jaar mijn geiten gedekt werden.
Door hun steun kon ik voortaan uitstekend opboksen tegen alle negatieve opmerkingen van leeftijdsgenoten.
Toen midden jaren ’80 een aantal oude klasgenoten bij mij kwam omdat zij hun bedrijf wilden uitbreiden of omzetten naar commerciŽle geitenhouderij, haalde ik daar een stukje genoegdoening en erkenning uit. Eindelijk begrepen zij wat mij al die jaren bezig hield.”

Martien houdt van zijn dieren. Na de verhuizing kan hij weer geiten houden. Dan rijst natuurlijk de vraag: Welk ras? In het verleden had hij zowel Bonte, Witte als Toggenburgers. Nederlandse landgeiten en dwerggeiten hebben eveneens zijn belangstelling.

Op het werk heeft hij alle ruimte de vraag naar een voorkeur voor een ras te beantwoorden. Mattheeuwse is beheerder van activiteitenboerderij de Donkse Hoef, een soort kinderboerderij binnen een instelling voor mensen met een verstandelijke handicap. Deze boerderij staat voor bezoekers van buiten open en biedt onderkomen aan een keur van rassen. Nogal wat mensen komen daardoor in contact met Mattheeuwse en raken besmet door zijn enthousiasme.
Een bezoek aan de Donkse Hoef leidt regelmatig tot een aanschaf van dieren plus een lidmaatschap van de plaatselijke vereniging.

Ook op andere niveauīs maakt Mattheeuwse zich verdienstelijk voor de geit. Met het diploma van keurmeester op zak worden de vakanties soms tot regelrechte expedities naar oorspronggebieden van Europese geitenrassen. Uitmondend in artikelen in woord en beeld.

In Geitenhouderij plaatste hij recent een oproep om in contact te komen met mensen die ervaring hebben met de geit als therapeutisch hulpmiddel in de geestelijke gezondheidszorg.
Daarmee krijgt de geitenhouderij toch weer een extra dimensie.

Wie zegt dat Martien Mattheeuwse een prima ambassadeur is voor de geitenhouderij, krijgt direct weerwoord. “Ach wat. Het echte promotiewerk doet de geit allemaal zelf.”
Tekst: Peter Thissen
 "Geitenhouderij", december 1998

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG