WITFOKKER AAN HET WOORD

Lauw van der Molen: 'Ik ben een echte bokkenfreak'
Door Jeroen de Vries

'Fokkers van Witte geiten moeten weer bewuster productiegeiten gaan fokken met beste uiers. Er moeten weer kerels van bokken worden ingezet om de matige uierkwaliteit van de huidige Witte geitenstapel te verbeteren.'

Een duidelijke mening van Lauw van der Molen uit Gorredijk. In de tijd dat hij aan de top als geitenfokker stond, heeft hij het moment meegemaakt dat men koos voor een ander type geit. Met Hiltje 32 werd hij in de jaren tachtig meervoudig Fries kampioen, maar begin jaren negentig werd hij voorbijgestreefd door Tsjeppenburster Mientje 13 van de familie Hoekstra uit Welsrijp. ‘Dit was samen met Joukje van Renze Borger de geit van de nieuwe richting. Qua uier konden deze geiten niet in de schaduw staan van Hiltje, maar ik kon me er wel in vinden dat men er voor koos om grotere en langere geiten te fokken. Echter, is dit later totaal doorgeslagen. Er lopen nu geiten rond met een schofthoogte van 85 cm of zelfs nog hoger, terwijl naar mijn idee een schofthoogte van 80 cm meer dan voldoende is. De enorme hoogtemaat gaat ten koste van de kwaliteiten van de geiten en dan met name kruisligging en uier. Om dit te verbeteren moet er gericht worden gefokt op deze onderdelen en daarna moet er maar weer eens worden gekeken naar de hoogtemaat.’

Vrouwelijke bokken
Van der Molen vindt dat er voor de keurmeesters een belangrijke taak is weggelegd om deze verandering in gang te zetten. ‘Er worden bokken kampioen gemaakt die op grote geiten lijken. De bouw van een man is toch ook anders dan die van een vrouw? Keurmeesters moeten weer bokken belonen waar een duidelijke omgekeerde wigvorm zichtbaar is. Er moeten geen ‘mislukte geiten’ meer aangewezen worden als kampioen.’
Daarnaast heeft Van der Molen het gevoel dat veel fokkers denken dat je melkrijke geiten fokt door vrouwelijke bokken te gebruiken. Dat is volgens hem een misvatting. ‘Een bok met een goede bouw zal in mijn ogen ook goedgebouwde geiten vererven. Door vrouwelijke bokken in te zetten zijn er tegenwoordig veel geiten die veel te licht in de voorhand zijn. Wanneer dat onder de noemer scherpte valt ben je volgens mij op de verkeerde weg.’
Een brede voorhand is volgens Van der Molen van groot belang om te kunnen spreken van een duurzame productiegeit. ‘Veel geiten hebben een smalle voorhand en platte ribben. Daardoor is er weinig ruimte voor belangrijke organen. In de voorhand zit toch het fabriekje dat de zaak in beweging houdt. Daar moet veel ruimte in zitten evenals in de middenhand.’

Naam: Lauw van der Molen
Woonplaats: Gorredijk (Friesland)
Leeftijd: 64 jaar
Beroep: Aannemer
Stalnaam: -
Vereniging: Friesland
Aantal melkgeiten:
Aantal lammeren: 4
Eerste Witte geit: Eema
Beste zelfgefokte Witte geit: Hiltje 32 (vader: Tarzan van Adelhof)
Beste zelfgefokte Witte bok: Hiltje's Tolfde (vader: Tsjeppenburster Fred)
Beste keuringspresentatie: Kampioen van Friesland met Hiltje 32 in 1985, 1986, 1988, 1989 en 1990
Hoogst ingeschreven voor AV: A (Hiltje 32)
Witte voorbeeldgeit: Grietje 34
Best fokkende Witte bok in de afgelopen jaren: Tarzan van Adelhof

Hiltje 32, die in haar leven ruim 13.000 kg melk produceerde, was een geit met een enorme voor- en middenhand. ‘Je hebt geen grote geit nodig om het veel melk te laten geven. Door steeds grotere geiten te fokken is de productie eerder achteruit dan vooruit gegaan.’

Bokkenfreak
In zijn eigen fokkerij gaat het Van der Molen ook niet altijd voor de wind. Na het succes van Hiltje 32 raakte hij uit de top van de geitenfokkerij. Van der Molen heeft een drukke baan als aannemer dat veel tijd vergt. Hij geeft zijn geiten goed te eten, maar is van mening dat wanneer je aan de top mee wilt doen er meer van de fokker wordt gevraagd. Daarnaast is er nog een reden waarom van der Molen uit de top verdween.
Van der Molen is naar eigen zeggen een echte bokkenfreak. Wanneer hij een mooie harde bok ziet, dan koopt hij ‘m. Soms pakt de keuze die hij maakt niet goed uit, terwijl hij dit op voorhand eigenlijk al wist. ‘Dan heb je een complete lichting waar je niks aan hebt.’
Een voorbeeld van zo’n bok is Edwin Kleingeld, die begin jaren negentig kampioen werd van Friesland. Het is een bok die door van Elderen uit Moergestel gefokt is, maar in twee lijnen uit dieren afkomstig bij Van der Molen bestaat. Edwin was in die tijd een indrukwekkende verschijning. ‘Hij had alleen een breed en hellend kruis en dat laatste bracht hij ook over op zijn dochters. Dat was geen gezicht.’

Leonard 2 (AB88), geboren in 1986, is volgens Lauw van der Molen het schoolvoorbeeld van een Witte bok. Met 92 punten is Lenzeh, geboren in 2001, de hoogst ingeschreven bok die Lauw van der Molen heeft gefokt. Woest Oaneh (2007) is een zoon van Lenzeh en Hiltje 26. Hij werd als eenjarige bok ingeschreven met 89 punten voor AV.
Een recenter voorbeeld is Lenzeh, een bok die hij zelf fokte. ‘Dat is wel een apart verhaal. Toen Lenzeh een boklam was, had ik hem aan Bierman uit Nijensleek verkocht. Ik schaamde me een beetje toen ik het bokje afleverde. Het zat weliswaar goed in elkaar, maar was maar matig ontwikkeld. Toen ik een jaar later het dier kwam bekijken kon ik mijn ogen niet geloven. Lenzeh was uitgegroeid tot een bok met een schofthoogte van 95 cm.’ Lenzeh fokte volgens Van der Molen wel goed, maar de uierkwaliteit liet wat te wensen over. Via zoon Woeste Oaneh heeft van der Molen hier nog wel afstammelingen van.

De juiste combinatie
Van der Molen gebruikt vooral eigen bokken, omdat hij veel minder goede ervaringen heeft met ‘vreemd bloed.’ In de tijd van Hiltje 32 deed hij al aan inteelt. Hij kruiste haar een aantal malen met haar vader Tarzan van Adelhof met het idee nog zo’n geit te fokken. Hoewel hij ondanks al die inteelt best aardige geiten fokte, werd het niveau van Hiltje 32 nooit geėvenaard. De meest succesvolle combinatie met deze geit werd toch gevormd met vreemd bloed.

In de herfst van 1994 liet van der Molen Hiltje 32 dekken door Tsjeppenburster Fred, die afkomstig is uit de oude Aleida-stam. Hieruit werd Hiltjes Tolfde geboren, die door van de Molen wordt beschouwd als zijn beste zelfgefokte Witte bok. Hiltjes Tolfde bracht bij Van de Molen de verbetering die hij op dat moment nodig had.
In die tijd had hij de geit Hiltje 22, een dochter van Loanster Wobbe. Dit was een grote slordig gebouwde geit met een melkrijk maar niet sterk uier. Hiltjes Tolfde was de krachtige bok die de nodige verbetering moest brengen. ‘Dit kan niet misgaan, dacht ik. Uit die paring werden Hiltje 36 en 37 geboren. Echte productiegeiten.’
Uit Hiltje 37 stamt Hiltje 26 de moeder van de eerder genoemde Woeste Oaneh.
Telling van de Hiltjes
De telling die van der Molen toepast bij de Hiltjes is voor buitenstaanders moeilijk te volgen. ‘Toen het levensnummer aan het UBN-nummers werd gekoppeld, kon je de eigen nummering hier ook aan koppelen. Toen ben ik opnieuw begonnen met tellen. Later bij de nieuwe oormerken heb ik dit trucje herhaald. Zo kan het dus dat Hiltje 26 stamt uit Hiltje 37.’

Vers bloed
Het gebruik van zoveel eigen bokken betekent wel dat je af en toe vers bloed binnen moet halen. Waar andere fokkers een bok kopen om voor bloedverversing te zorgen, haalde Van der Molen een aantal ‘vreemde’ geiten zijn stal binnen. Van Nico Kenter uit Zuidermeer kocht hij acht jaar geleden een Annegree en via een handelaar kocht hij onlangs een Aagje van Thomas Postuma uit Nijland.
De beste Annegree die Van der Molen in het hok heeft is ingeschreven met 89 punten voor het algemeen voorkomen. Van der Molen vindt dat er nog wel wat foutjes aan zitten, maar wat betreft de voor- en middenhand is dit het type geit dat hij voor ogen heeft.

Hiltje 32 (A), geboren in 1984, is de meest succesvolle geit van Van der Molen. Haar vader, Tarzan van Adelhof, was zijn beste fokbok. Van der Molen vindt het belangrijk dat er weer bewust wordt gefokt op geiten met een ruime middenhand.
Nieuwe bok
Een topper als Hiltje 32 denkt Van der Molen nooit meer te fokken. Maar nu zijn pensioen aanstaande is heeft hij straks wel de tijd om de geiten de aandacht te geven die nodig is om in de top mee te kunnen draaien. Daarbij is hij naarstig op zoek naar een bok die past bij zijn ideaalbeeld. Hij vindt het daarom een goede ontwikkeling dat de regels omtrent het aanhouden van een bok mogelijk worden versoepeld. ‘Hierdoor hebben we straks wat meer keuze, want er zijn echt nog wel geiten die ervoor kunnen zorgen dat het beste uier en de breedte van de Witte geit terugkomt.’

De verkorte versie van dit artikel is verschenen in december 2009 in "Geitenhouderij"

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG