WITFOKKER AAN HET WOORD

Wim van Rheen: "Ik hou gewoon van een mooie geit"
Door Jeroen de Vries

Een geit mag best een foutje hebben. Bij het beoordelen van de dieren gaat het om het totaalplaatje. "Een hele mooie geit die niet toont, delft het onderspit tegen een geit die misschien een foutje heeft, maar wel showt," vindt keurmeester Wim van Rheen uit Bruchem (Gelderland).

De persoonlijke voorkeur van de keurmeester blijft invloed houden op de keuring, denkt keurmeester Wim van Rheen. Dat maakt een keuring zo interessant, maar tegelijkertijd zo moeilijk.

Uitstraling
Uiteraard heeft Van Rheen zelf ook zijn voorkeuren. Hij kijkt vooral naar de uitstraling. "Ik kan van een pas geboren lam al zien of het wat wordt. Als ze net opgedroogd is en zich eens even goed uitrekt, op dat moment kun je al zien of het dier die uitstraling heeft of niet."
In 1980 liep Van Rheen tegen een geit aan die er voor hem duidelijk uitsprong. Helaas kon hij het dier niet direct kopen. "Toen ben ik diverse keren naar die fokker toe gereden en na mijn zoveelste bezoek heeft hij haar toch aan mij verkocht. Hij was mijn gezeur waarschijnlijk zat." Van Rheen was vanaf dat ogenblik ook lid van een Geitenfokvereniging. "Dat bedong de verkoper erbij." Bovendien ging van Rheen toen keuringen bezoeken. Goed uitgangsmateriaal bleek een juiste keuze: "Vanaf de eerste keuring deed ik altijd voorin mee."

Nieuwe bloedlijn
Met dieren van verschillende fokkers ontwikkelde Van Rheen een mooie stam. "Ik heb veel met bokken van Hasselaar uit Lunteren gefokt en zelfs enkele bokken van hem gehad." Ook was hij erg gecharmeerd van Joukje van Renze Borger. "Die geit had zoveel uitstraling en die bokken, ik heb Joukjes Sānde hier gehad, pasten gewoon bij mijn geiten." Maar het noodlot sloeg toe. "In 1996 kreeg ik de ziekte hauw in mijn stal. Dit is een ziekte die blindheid veroorzaakt en kan erg besmettelijk zijn. Ik smeerde me helemaal gek met die tubes van de veearts, maar mijn dieren werden hartstikke blind. Mijn twee beste geiten, dat zul je altijd zien, waren er het ergst aan toe." Van Rheen moest al zijn geiten verkopen en kon weer bij nul beginnen. "Dat heeft me wel zeer gedaan."
In Friesland kocht Van Rheen een aantal Maisys en Klazienen. De Maisys vormen een meerderheid. "De Maisys die ik kocht waren wat klein, maar hadden erg mooie uiers. Door veel met bokken van Hans de Vries te fokken, bracht ik er allereerst wat meer maat in."
Dat deze keuze gepaard ging met enig risico wist Van Rheen. "Ik zeg altijd: als je voor bepaalde dingen kiest, kun je ook kwaliteiten verliezen." Van Rheen heeft vooral ingeleverd op kwaliteit van de benen. "Ik heb zelfs eenjarige dieren gehad die beenproblemen hadden. Ook mogen mijn geiten wel wat sterker in de bovenbouw." Om die reden hoeft er van Van Rheen niet groter gefokt te worden. "Tachtig centimeter is voor een volwassen geit ruim voldoende."


Wim van Rheen met Maisy 11 voor het bokkenhok.
Naam: Wim van Rheen
Woonplaats: Bruchem (Gelderland)
Leeftijd: 53 jaar
Beroep: Logistiek medewerker
Stalnaam: geen
Vereniging: Neerijnen en Omstreken (secretaris)
Aantal melkgeiten:
Aantal lammeren: 2
Eerste Witte geit: Mieke (eerste Stamboekgeit)
Welk jaar: 1978
Beste zelfgefokte Witte geit: Maisy 11 (v. Walperter Jesther)
Beste zelfgefokte Witte bok: geen
Beste keuringspresentatie: Tijdens de Nationale keuring 2008: een keer 1A, twee keer 1B en twee keer bij de laatste vijf
Hoogst ingeschreven voor AV: Maisy 11 met 88 punten
Witte voorbeeldgeit: Combinatie van Marijke 118, Marijke 119, Corrie 106 en de Klazienen van Comb. de Vries
Best fokkende Witte bokken in de afgelopen jaren: Walperter Jesther, Hidde K en Hielke K
Wim van Rheen lopend naar huis na de keuring. De stal waar Van Rheen vier volwassen geiten en twee lammeren houdt.
Maisy 11
Het pronkstuk in de stal van Van Rheen is Maisy 11. Deze dochter van Walperter Jesther gooide tijdens de nationale tentoonstelling in Kootwijkerbroek van het afgelopen jaar hoge ogen. "Dat ze als vijfde eindigde van het hele deelnemersveld had ik niet verwacht, omdat op zo’n keuring toch heel wat goede geiten komen."
Maisy 11 is een dier zoals Van Rheen het graag ziet. "Ze heeft een erg mooi uier en ze laat zich goed zien. Wanneer ik haar uit het hok haal, dan heb ik heel wat geit in handen." Maisy 11 is een geit met uitstraling en een foutje. "Door haar lengte laat ze het achter de schouders wat zitten. Dan is het op een keuring maar net waar de keurmeester voor kiest. Er zijn keurmeesters die hun schouders ophalen en zeggen dat het wel meevalt."
Discussie onder keurmeesters
Hiermee geeft Van Rheen precies aan wat voor veel fokkers de keuring zo interessant maakt, maar ook wat het voor de keurmeesters zo moeilijk maakt. Van Rheen maakt deel uit van de Scholingscommissie en vindt de evaluatiedagen voor keurmeesters belangrijk. "Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om de verschillen tussen de keurmeesters kleiner te maken. Het is uiteraard allemaal vrijwilligerswerk, maar een keurmeester zou toch minimaal eens in de twee jaar op een keurmeesterdag moeten verschijnen." De afstand is mogelijk voor veel mensen een probleem, maar twee keurmeesterdagen is geen oplossing. "Dan loop je het risico dat je twee verschillende discussies krijgt. Hierdoor mis je het doel: het verkleinen van de onderlinge verschillen."
Maisy 16 kreeg 1B op de Nationale
in Kootwijkerbroek.
Maisy 11 kreeg 1A op de Nationale
in Kootwijkerbroek.
De vorig jaar ingezette bok
Hircus Bolton.
Verbetering bovenbouw
Met vertrouwen kijkt Van Rheen het voorjaar tegemoet. "Ik heb dit jaar gefokt met Hircus Bolton, een zoon van Hircus Jorryn en Marijke 119. Ik verwacht dat Bolton gaat verbeteren in met name de bovenbouw. De geiten van Piet van Haperen hebben een mooie lijn, en Marijke 119 vind ik een geit van best type. Maar het blijft natuurlijk een gok, want er is niets zo wispelturig als het fokken van geiten."

Dit artikel is verschenen in februari 2009 in "Geitenhouderij"

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG