UIT DE OUDE DOOS

 

Dhr. Bastiaan, 50 jaar geitenfokker

Het is niet voor iedereen vastgelegd om 50 jaar met liefde, ambitie en volharding bezig te zijn met de ‘geitenhouderij’, want niet elke beginner is een blijver.
Vandaar dat ik hem eens opzocht en een gesprek had met dhr. Bastiaan. Hij woont in de hoofdstad van Overijssel in Zwolle.
 

De heer Bastiaan, al 50 jaar geitenfokker, met de tweejarige Jennie 3829 S.

Toen hij eenmaal aan het vertellen was over zijn jonge jaren bleek al gauw dat hij geboren en opgegroeid is in Kampen, een prachtige stad aan de IJssel. Hij komt uit een groot gezin, aanpakken was daar de boodschap.
Zijn vader en broers waren vissers op de Zuiderzee. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak (1914-1918) moesten zijn oudere broers onder de wapens. Dat werd moeilijk want er moest iemand bij zijn vader op het schip blijven, er moest brood op de plank komen; het werd je toen heus niet gegeven; er moest hard voor worden gewerkt. Na rijp beraad werd besloten dat hij mee moest op het schip. Zo werd Bastiaan op 12-jarige leeftijd visser.
Bij het begin van de inpoldering van het IJsselmeer was het niet meer mogelijk een bestaan te vinden in de visserij. Daarna monsterde hij zich aan bij de zogenaamde ‘droge vaart’ (stukgoedvervoer).
Je moest maar afwachten wat je verdiende, het loon was afhankelijk van de lengte van de persoon. Hoe groter je was hoe meer je verdiende en in de wintermaanden had je niets.
Later is hij in Zwolle gaan wonen.

Bij de oprichting van de “Geitenfokvereniging Zwolle’, deze is erkend door de Overijsselse Bond in februari 1937, is hij terstond lid geworden van de vereniging.
Zijn eerste geit kocht hij voor het bedrag van ƒ 15,00. Deze geit werd op 25 september ingeschreven in het hulpstamboek met algemeen voorkomen B+ onder de naam Jansje 443.
Nu 50 jaar later heeft hij nog afstammelingen van deze geit, de Jansjes.
De Jansje 443 heeft goede herinneringen achtergelaten in het gezin van Bastiaan. De melk van deze geit was heel welkom en zeer noodzakelijk.

Naar zijn zeggen was de “Geitenfokvereniging Zwolle” een bloeiende vereniging. Honderd aanwezigen op een vergadering was geen zeldzaamheid.
En ondanks dat het toen geen vetpot was, maakte men veel plezier in het leven. Er was zo weinig te beleven zodat ze blij waren dat er iets was aangaande de geit.

Een onderonsje tussen vader Bastiaan en zoon Jan.

Voor hem en zijn gezin is de geit altijd nog een liefhebberij. De melk wordt nog steeds goed benut in het gezin en wordt gebruikt bij de opfok van de lammeren.
De laatste jaren heeft hij meer geiten gehouden dan de eerste jaren, dat blijkt ook duidelijk uit het archief van de stamboekadministratie waar ik uit mocht putten.
Mijn conclusie is dan ook dat hij veel heeft bijgedragen aan de geitenhouderij in Overijssel en daar zijn we hem dankbaar voor.

In de loop van die 50 jaar zijn er, voor zo goed ik dit kon achterhalen, 65 geiten ingeschreven in het stamboek, waarvan 6 in het keurstamboek.
De geit Jansje 8, 1865 KS werd in 1974 Stergeit.
Hij behaalde met algemeen voorkomen 7 maal een AB, 36 maal een B+, 20 maal een B en 2 maal een B-.
Ook op de Nationale tentoonstelling kwam hij goed voor de dag; 1967: 1A met Jansje 9, 2023 S, 1972: 1A met Jansje 10, 2065 S en in 1982 behaalde hij twee eerste en een tweede prijs.
Een hoogtepunt was 1968, Jansje 9 werd algemeen kampioene van Overijssel.

Tot slot wil ik de familie Bastiaan veel sterkte toewensen en veel succes in de liefhebberij.

C. Oskam

Dit artikel is verschenen in "De Geitehouder" in februari 1987.

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG