LIEFHEBBERIJ

 

De liefhebberij voor geiten laat je niet los
In het telefoonboek staat achter de naam van Cor Dijkema uit Westerwijtwerd veehouder en veefokker. Na een afspraak voor een interview blijkt dat ook voor de geiten op te gaan. Niet alleen houder maar vooral ook fokker en liefhebber en dat al vanaf zijn achtste jaar.

De eerste geiten van Cor waren ongeregistreerde dieren van de markt. Uit die tijd is ook de foto waarop Cor als jongen staat afgebeeld klaar om met een runse geit naar de bok te gaan. De geit in het karretje achter de fiets.

In 1961 werd de eerste stamboekgeit aangeschaft. Een Toggenburger geit met een certificaat dat het dier op de keuring in Peize een tweede premie had gelopen.
Toch ging zijn hart meer uit naar een Witte geit. Op de markt werd een Witte geit met nummers genaamd Nellie gekocht. De geit waarmee een stamboekfokkerij van jaren werd opgezet.

Uit die tijd stamt ook het lidmaatschap van de vereniging Usquert. De uitnodigingen voor de vergaderingen kwamen op een briefkaartje en werden gehouden rond de kachel van een flink behuisd lid. De overlevering vertelt niet of iedere aanwezige zelf een turf mee moest nemen, zoals bij veel bijeenkomsten gebruikelijk was in die tijd.

Het gezicht van de geitenfokkerij werd bepaald door Dhr. Durant, provinciaal veeteeltconsulent en ook belast met de geitenhouderij.
Deze van overheidswege aangestelde consulent had veel invloed onder andere bij de registratie en de selectie en verspreiding van dekbokken. Ook stimuleerden zij het oprichten van verenigingen en het houden van keuringen.
Na de naam van Dhr. Durant vallen ook de namen van Dhr. Klunder en Dhr. van Bierum.
Een van de hoogtepunten uit die tijd was dat nakomelingen uit zijn fokkerij ingezet werden als dekbok, in een tijd dat ongeveer twintig bokken de Groninger geitenstapel bedienden.
Een volgend hoogtepunt was om met een geit naar de nationale van 1964 naar Den Bosch te mogen.
Vanaf die tijd was Cor vaste begeleider en melker op de nationale keuringen.
Dat het melken op de avond voor de keuring niet altijd even gemakkelijk was, bewijst het feit dat er soms drie man nodig waren om een geit te melken. Twee om het dier te tillen en een om te melken, omdat ze alleen maar de handen van de baas accepteerde.
Tijdens de nationale keuringen stond de gezelligheid voorop. Er werd geslapen achter de geiten in het stro en de sfeer was gemoedelijk, iets wat door Cor nu nog wel eens wordt gemist.

Naast de geiten waren ook de bokken op de stal van de familie Dijkema beroemd. Aansprekende namen zoals Bibi’s Hein, Luc van de Krayenhoff en Tseppenburster Jan. Steeds weer op zoek naar bokken die de geitenstapel kunnen verbeteren.
Zoals ook bij een bezoek in de stal van Mevr. Kramer in Ter Idzard. Hier maakte hij geen beste beurt omdat hij geen appeltje voor de oude geit bij zich had. Wel kwam hij weer thuis met de bok Rissinger Arjan, een broer van de beroemde bok Rissinger Geert.

Naast de fokkerij kennen we Cor als bestuurder. Pas vorig jaar nam hij afscheid als bestuurder van de provinciale bond van Groningen. Na dertig jaar diverse functies te hebben bekleed, waren er nu urgenter zaken.
Ondanks minder prettige periodes in het bestuur van zowel de lokale vereniging als de provinciale bond, heeft altijd de geitenliefhebber in hem gewonnen.

Naar de toekomst denkt Cor dat de invloed van de fokgroepen steeds groter gaat worden. De fokgroepen zullen voor het grootste gedeelte het gezicht gaan bepalen, en zijn ook de instantie waar je als fokker mee te maken hebt. De NOG blijft meer op de achtergrond als sturende, ondersteunende en verbindende instantie.

Bij het afscheid is het mij duidelijk wat Cor in het begin van ons gesprek zei. Als de liefhebberij je te pakken heeft, laat het je niet meer los.

Dit artikel is verschenen in april 1998 in "Geitenhouderij".

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG