LIEFHEBBERIJ

 

Beste geit dood na knallende jaarwisseling
Vlak voor zijn vertrek naar Canada, weet ik hem te onderscheppen. Enigszins verbaasd maar vereerd, antwoordt hij meteen bevestigend op mijn vraag of hij model wil staan voor deze rubriek.
Sjaak Ippel, woonachtig in Werkendam onder de rook van Gorinchem, in het land van Altena, Noord-Brabant.
Misschien wel mede doordat hij zijn blik voorbij de provinciegrenzen laat gaan, is hij een van de mensen die gezichtsbepalend is voor geitenhoudend Zuid-Nederland.

Maar ook andere dieren mogen zich in zijn belangstelling en liefde verheugen. Naast zijn geiten houdt hij nog zo’n twaalf stuks vleesvee en drie paarden.
Zelf woont hij met zijn vrouw en kinderen in de nieuwbouw midden in Werkendam. Zijn veestapel is gehuisvest op zijn vaders boerderij, even buiten het dorp. Vandaaruit werkt hij ook als kleine zelfstandige. Hij heeft met drie gemeenten een onderhoudscontract om de openbare gazons en grasvelden te ouderhouden.
In de wintermaanden werkt hij als oproepkracht bij een aannemer.
Samen met zijn vader, die ook vee heeft, bewerkt hij een aantal hectares gras- en bouwland voor de voedselvoorziening van hun vee.

Hij is een hobbyfokker pur sang. Het is hem met de paplepel ingegoten, getuige de eerste foto die hij laat zien; vier jaar oud en wandelend met zijn eerste geitje. Velen zouden nog volgen in allerhande soorten, kleuren en maten.
Nu, zo’n dertig jaar later, is uit die bonte smeltkroes n ras naar voren gekomen waar hij helemaal warm voor loopt: de Nederlandse Witte geit. Op dit moment gaat hij de winter in met vijf volwassen dieren, twee lammeren en twee bokken.
Sjaak Ippel met Rianne 2

In 1980 kocht hij zijn eerste echte geit. Weliswaar een registerdier, maar ze legde wel de basis voor zijn huidige geitenstapel. “Het is een goede foklijn, met altijd goede resultaten”, zo betoogt hij. “Over het algemeen zijn het goed geuierde dieren van goed type, al zou de melkopdruk soms iets sterker mogen zijn. Maar ze scoren toch nogal eens een ruime AB voor algemeen voorkomen, dus ik ben best tevreden”.  

Evenals zovelen hecht hij erg aan het belang aan een goede maat en ontwikkeling. “Maar een goede hoogtemaat alleen is niet genoeg, het mag niet ten koste gaan van type en correctheid in onderdelen”.

Met deze filosofie in zijn achterhoofd bezoekt hij regelmatig keuringen, als inzender en toeschouwer. “Als kijker langs de kant zie je veel meer dan wanneer je zelf dieren bij je hebt. Je hebt dan ook meer gelegenheid tot discussie en het uitwisselen van gedachten met anderen. Maar uiteindelijk ga ik toch mijn eigen gang”, merkt hij schalks op.
Dan feller: “Je moet zelf ook goed weten wat je wilt, want de uniformiteit van het keuren en inschrijven van dieren is in den lande soms ver te zoeken. Een kwalijke zaak”.

Het zelf inzenden van dieren voor een keuring en proberen daarmee te scoren is uiteindelijk toch wel hetgeen waar alles bij hem om draait. “Ernaar toe werken dat ze op het juiste moment de optimale conditie hebben en ze dan goed voorbrengen, dt is de kunst”.

Zo boekte hij in 1986 zijn eerste grote keuringssucces. In dat jaar behaalde hij tijdens de provinciale keuring het kampioenschap in de categorie geiten van drie jaar en ouder, en het reserve kampioenschap bij de jongere dieren.
Vanaf dat moment is hij er altijd bij geweest. Zijn laatste succes is het algemeen kampioenschap bij de lammeren tijdens de Zuid-Nederlandse keuring afgelopen september.

Hoewel hij dus goed met zijn dieren heeft kunnen werken, heeft hij ook de nodige tegenslagen gehad. De meeste rampen die voor menig geitenhouder een spookbeeld zijn, heeft hij moeten doorstaan. De absolute topper daarin is wel dat hij daags na een knallende jaarwisseling zijn beste geit dood in de stal vond. “Een hartaanval van de schrik”, meent hij.

Hoewel hij al die jaren zijn geiten heeft gemolken, heeft hij slechts n jaar aan de melkcontrole deelgenomen. Naar zijn zin ging daar te veel werk, tijd en geld inzitten. “Maar ze moeten wel goed geven, ik wil iets in de emmer hebben zitten als ik gemolken heb”.
De vele kalveren en biggen die hij met geitenmelk heeft grootgebracht, zijn het daarin helemaal met hem eens.

Tekst: Peter Thissen

Dit artikel is verschenen in februari 1998 in "Geitenhouderij".

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG