FOKKERIJ

 

Van vierkant naar langgerekt

Enkele keurmeesters bij de Nederlandse Organisatie voor de Geitenfokkerij (NOG) hebben de afgelopen 25 jaar bijna met hun neus boven op de ontwikkeling van de Witte geit gestaan. Twee van hen blikken terug.  
Koen (82) en Rina de Jongh uit Lisse hebben al bijna hun hele leven geiten. “In 1933 kocht mijn vader mijn eerste geitje, toen was ik vier jaar”, vertelt De Jongh. Die eerste geit was een Bonte. “Maar die telde in die tijd niet mee, het moest toen Wit zijn.” En dus duurde het niet lang of De Jongh had Witte geiten. “Tot wel 125 op zijn meest. We hebben duizenden lammetjes gehad die we allemaal zelf opfokten, niet aan de speen maar uit een bakje.”  
 
       Ook keurmeester en inspecteur Pieter Zijlstra (65) heeft een groot deel van zijn leven Witte geiten gehad.
“Ik vind de Witte geit een mooie geit en dus werd ik op mijn 25ste keurmeester.
Tot de uitbraak van MKZ in 2001 heb ik altijd geiten gehad. Daarna werden de regels en de kosten voor mij een te groot obstakel om weer geiten aan te schaffen.”

De Jongh werd in 1981 keurmeester voor de Nederlandse Organisatie voor de Geitenfokkerij. “Er waren toen 22 examenkandidaten en ik had het hoogste aantal punten.”

Zowel De Jongh als Zijlstra hebben dus de ontwikkeling van de Witte melkgeit van dichtbij meegemaakt.
Zij vertellen: “Vroeger was het beestje meer gedrongen, kleiner, nu is ie hoogbenig en langgerekt.”
De Jongh voegt toe: “Als je vroeger een hoogbenig dier had, zei me dat je beter een koe kon houden. Maar om meer melk uit de geiten te halen, wilde men niet langer de kleine vierkante dieren, maar moesten ze lang en hoog worden.”

De Jongh is daar zelf niet per definitie een voorstander van. “Dan gaat de kracht eruit”, is zijn bevinding.

Zijlstra vindt dat de duurzaamheid van de Witte geit in die 25 jaar min of meer gelijk is gebleven.
Wel duidelijk is de vooruitgang van melk, waar de ontwikkeling uiteindelijk om te doen was.
“De toppers van 25 jaar terug konden ook al 1.300 tot 1.400 kg melk geven. De toppers van nu halen zelfs de 1.800 à 1.900 kg.”
  

En toen kwamen de bedrijven …
De ontwikkeling van de melkgeitenhouderij in Nederland baarde De Jongh zorgen. “Ik vond het maar niks, al die geiten bij elkaar. Als er één geit ziek is, wordt de rest het ook. Zo was het toen men in 1987 goud dacht te kunnen verdienen met geiten, en dieren uit Frankrijk ging halen. Die hebben ziektes meegebracht, er kwamen hele slechte berichten over CL. Ik zei toen dat de geitenhouderij naar de knoppen zou gaan.” Gelukkig werd dat niet bewaarheid.

Zijlstra herinnert zich de periode dat de melkbedrijven opkwamen heel anders. “Als hobbyfokker kon je toen gemakkelijk je overtollige dieren kwijt. Op dat moment was het financieel gezien heel interessant om geiten te hebben. Nu is dat niet meer zo, want de bedrijven zorgen voor hun eigen aanfok.”
Er is nu ook minder contact tussen de echte fokkers van de Witte geiten en de melkbedrijven. Slechts een enkeling vindt naast het melken tijd om zich te verdiepen in fokkerij en mooie geiten te fokken.

Mooie verschijning
De mooiste herinnering van Koen en Rina aan geiten is toch de overwinning op een keuring. “Eens werden al onze groepen 1A. Dat is geweldig. Soms heb ik best een traantje gelaten omdat we kampioen werden”, vertrouwt De Jongh ons toe.

Zijlstra weet nog goed dat zo’n 25 tot 30 jaar terug wel 1.000 geiten op een keuring in Friesland kwamen. “Toen had alleen Friesland al meer dan 1.000 leden, nu hebben de geitenfokverenigingen in heel Nederland nog geen 900 leden.”
Door de regels en de kosten die verbonden zijn aan het houden van geiten, is voor veel mensen de lol eraf.
“Bovendien verandert het gedrag van mensen’, denkt Zijlstra. “Mensen willen graag op vakantie en een konijn kun je nog een keer naar de buren brengen, maar met een geit gaat dat toch lastiger.”

Juist door de bedrijven zijn er nog zoveel geiten in Nederland. En daar zijn beide keurmeesters blij mee. “We hebben een heerlijk leven gehad met de geiten. Geiten hechten echt aan je. Mensen zeggen weleens: je leert vloeken met geiten. Maar dat is niet zo. Dat ligt aan de mensen. En met een goede verzorging geven geiten je veel terug”, aldus De Jongh.
Dat geldt voor elke geit, maar een Witte geit zien de keurmeesters toch het liefst. Zijlstra: “Ik hou van de kleur en de verschijning van een Witte geit.”
Door Wilma Wolters  

      Dit artikel is verschenen in mei 2011 in "Geitenhouderij". 

 

WWW.WITTEGEITEN.ORG